k iii weegschaal

Zelfs de weegschaal waarop zij staat
kan wat verdwijnt niet langer aan,
wil elke ochtend toch weer zien
hoeveel haar laken van haar steelt,
heeft heimwee naar haar molligheid.

O de weegschaal weet maar half
hoeveel zij weegt voor mij, altijd.
Hoeveel maar van me overblijft
wanneer men háár aftrekt van mij.

Wie wil, wie wil een stuk van haar?
Laat mij een bril, een sjaal, één lok,
maar laat mij iets.
Zij weegt nog alles met haar haar.
Kaal weegt zij niets