kortrijk

'Come, friendly bombs, and fall on Slough'
J. Betjeman

Kom, lieve bommen, val op Kortrijk.
Niet omdat ik daar ontstond
tussen Walle en station,
uitgerust om op te krassen,

maar daar in Kortrijk wezens wonen
met trage tranen en met snelle winden,
muffer dan -eertijds- het rotend vlas
in het gouden water van de Leie.
En daar in Kortrijk mannen wonen
met schuine moppen, met centen die kloppen
in hun te diepe, haast diepzinnige zakken.

Kom, lieve bommen, donder neer, verpletter Kortrijk.
Maar spaar de kinderen van Stella Maris,
de sullen van de Pottelberg,
de hoeren van de Papenstraat.

En o, voordat ik het vergeet,
spaar ook mijn tante en de haren.
Spaar toch vooral mijn malle nicht
die dertig is en aan een telraam zit
en telt en telt en nooit iets vindt dat klopt.
Kortom, spaar Kortrijk maar.